Het jurkje dat Mary in de oorlog heeft gered

Het jurkje dat onderduikster Mary van Gelder alias Ria Gerritsen gedragen heeft, ligt nu in de museumvitrine © L1
In de vitrine van het Nationaal Holocaustmuseum dat zondag officieel geopend wordt, ligt een rood-wit-blauw geblokt jurkje. Met veel zorg genaaid voor een Amsterdams meisje dat in 1943 en 1944 in Limburg was ondergedoken. En dat liep goed af, misschien vanwege het jurkje.
Na de oorlog hoorde de Amsterdamse Mary van Gelder dat het voor haar Joodse ouders de moeilijkste beslissing uit hun leven was geweest; in 1943 staan ze hun drie kinderen af aan een verzetsman die hen naar onderduikadressen brengt. Mary komt terecht bij voor haar wildvreemde mensen; het gezin Mulleneers in Houthem.

Jurkje

Maar al snel voelt Mary zich helemaal thuis in Limburg. "Ik kwam terecht in een heel vrolijk gezin met een vader, moeder, drie kinderen en een ongetrouwde broer van de moeder." Binnen de kortste keren praat ze Limburgs en gaat ze in Houthem naar school. Ze krijgt ook een nieuwe naam: voortaan gaat Mary van Gelder door het leven als Ria Gerritsen. Onderduikmoeder Maria Mulleneers bedenkt een plan waarmee Mary makkelijk door kan gaan voor haar dochter: ze laat een blouse voor zichzelf en een jurkje voor Mary naaien van dezelfde rood-wit-blauwe stof. Als ze samen op pad gaan, lijken ze moeder en dochter.
Mary heeft het jurkje altijd gekoesterd. "Mijn onderduikmoeder vroeg me om het altijd te bewaren." Uiteindelijk heeft ze toch besloten het dierbare kledingstuk af te staan aan het Joods Historisch Museum. Vanaf nu ligt het jurkje in het fonkelnieuwe Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam.

Holocaustmuseum

Dat museum wordt zondag geopend door koning Willem-Alexander. Opvallend is dat het bijna 80 jaar geduurd heeft voordat er een landelijk museum is gekomen waarin de uitsluiting, vervolging en moord op de Nederlandse Joden een plek krijgt. De slachtoffers en directe nabestaanden van de Jodenvervolging voelden in de decennia na de oorlog niets voor een presentatie van de Holocaust in een museale context.

Extreem heftig

In het Nationaal Holocaustmuseum wordt de moord op de Joodse Nederlanders getoond aan de hand van gruwelijke foto’s en voorwerpen die hebben toebehoord aan de vervolgden. Geen nagebouwde treinwagons of gaskamers. Haarlokken, speelgoed, sieraden en andere objecten vertellen die extreem heftige verhalen van vermoorde Joden. "Soms zijn het objecten van overleving, soms zijn het objecten van verraad en moord. Het kleine en herkenbare maakt dan meer indruk dan enscenering van een historische plek", legt hoofdconservator Annemiek Gringold uit. 102.000 Nederlandse Joden werden vermoord, driekwart van de Joodse bevolking.

Rood-wit-blauw jurkje

Het geruite jurkje vertelt het verhaal van de onderduik van de kleine Mary in Houthem. Zij was zich als klein kind van geen gevaar bewust. "Ik vertelde op straat dat mijn oma was weggevoerd. Toen buren dat tegen mijn onderduikouders vertelden moet ik opeens binnenblijven."
Het jurkje in het museum toont de liefde die Mary ontving in het onderduikgezin. Annemiek Gringold: "De zorg zie je als je de details van het jurkje bekijkt. Je ziet hoe zorgvuldig het kraagje en de pofmouwtjes eraan gezet zijn. Aan het jurkje zie je dat er goed voor Mary is gezorgd". Het museum wil met het jurkje en andere spullen laten zien dat mensen in staat zijn om iets te doen tegen onrecht. Maar er liggen veel meer spullen die laten zien dat mensen elkaar het ergst denkbare kunnen aandoen.

Strontsbuule

Zowel de ouders als de kinderen van het gezin Van Gelder overleven op verschillende onderduikadressen de bezetting. Rond Pasen 1945 plaatsen de ouders een advertentie in een krant waarin ze vragen of iemand weet waar hun kinderen zijn. Met succes; Mary herinnert zich dat ze door haar onderduikmoeder geroepen werd toen haar ouders op de stoep stonden in Houthem. "Ik herkende ze niet. Ze vlogen naar me toe, maar ik wilde niets van ze weten. Ik gebruikte een heel naar woord, ik vroeg wie zijn die strontsbuule?”

Broche

Het contact met haar biologische ouders bleef aanvankelijk uiterst moeilijk. Mary: "Maar op een gegeven moment kwam mijn moeder binnen met een broche. En die herkende ik van voor mijn onderduik. Toen dacht ik, het is toch mijn moeder, ja".

Terug naar Limburg

Mary groeide op in Hillegom, maar ze kon de gelukkige periode die ze als onderduiker had meegemaakt nooit vergeten. De oorlog en de onderduik bleven knagen. "Ik ben eens bij een psychiater geweest. Die zei na het eerste gesprek: 'u hoeft bij mij niet meer terug te komen, u moet terug naar Limburg'." Die raad heeft ze samen met haar man opgevolgd toen haar kinderen de deur uit waren. Mary woont nu vlak in de buurt van de plek waar ze in de Tweede Wereldoorlog als klein meisje rondliep in het rood-wit-blauwe jurkje. "En ich kal nog ummer plat", zegt ze trots.

Trots

Dat het jurkje uit 1943 nu in het museum ligt, voelt heel erg goed voor Mary. Ze vindt het belangrijk om het verhaal te blijven vertellen, al valt het haar elke keer weer heel zwaar. "Maar ik ben er trots op dat het een plek in het Nationaal Holocaustmuseum heeft gekregen."
Onderduikgevers Giel en Maria Mulleneers ontvingen in 1980 de Israëlische Yad Vashem onderscheiding voor hun hulp aan de Joodse Mary. Het jurkje dat gemaakt werd om Mary te beschermen, is vanaf nu te zien op de afdeling over onderduik in het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht via WhatsApp of stuur een mail naar redactie@l1.nl!